Naarmate je voor een hoger uitrustingsniveau kiest is een auto doorgaans steeds beter voorzien van rijhulpsystemen. Het gaat dan vooral over het aantal airbags en systemen die de bestuurder bijstaan, tot semizelfstandig rijden toe. Er zijn packs die meerdere rijhulpsystemen groeperen die het risico op ongevallen of het gevaar op verwondingen bij een aanrijding verminderen. Voor het rijcomfort zijn er technologieën met camera’s voor- en achteraan om maneuvreren en achteruitrijden te vergemakkelijken, bijgestaan door sensoren om de dode hoeken te ondervangen. Er bestaan twee grote families van rijhulpsystemen: de passieve en de actieve.

  • Passieve veiligheid

De passieve veiligheid is alles wat je beschermt bij een crash: allerlei soorten systemen om je vast te houden (veiligheidsgordels, Isofix) en airbags. Ook kreukelzones in de structuur van het voertuig, verstevigingen en beschermbalken in het koetswerk horen hierbij, net zoals hoofdsteunen en materialen aan boord die verwondingen helpen voorkomen.

  • Active veiligheid

De actieve veiligheid, dat zijn alle rijhulpsystemen die een ongeval helpen voorkomen. Dat doen ze door rechtstreeks in te grijpen op de auto, of door een waarschuwing aan de bestuurder te geven. Hieronder valt onder meer het ABS, om te voorkomen dat de wielen blokkeren bij het remmen, anticrashradars in combinatie met noodremsystemen, dodehoeksensoren, waarschuwingssystemen, voetgangerdetectie, verkeersbordweergave (snelheid, verboden richting, stopbord) en een waarschuwing bij het overschrijden van een lijn.

De verschillende afkortingen begrijpen

Constructeurs gebruiken afkortingen in overvloed om hun rijhulpsystemen te omschrijven. Zo heet de stabiliteitscontrole ESP soms ook ESC of DSC. Voor semizelfstandige rijhulpsystemen zijn de zaken nog complexer. Aarzel niet om in de configurator van de merken te klikken op de kleine ‘i’ om te afkortingen te ontcijferen.